
1 november 2026
Laatst was ik op de soos op woensdag en bij het klaverjassen op donderdag. Correctie: de soos heet officieel ouderensoos, dus ik ben er nog veel te jong voor, denk ik. Ik werd hartelijk welkom geheten en ik zag er ook veel bekenden. Mannen waar ik zelf mee gespeeld heb. Dat zit zo.
Ik weet het nog als de dag van gisteren: de overgang van de junioren naar de senioren. Net achttien jaar oud dus, in de tijd dat wij met onze club op een hoog amateurniveau speelden. Ik kwam in de B-selectie, om eerlijk te zijn voelde ik me een beetje teleurgesteld. Het derde, als hoogste team in die B-selectie, bestond voor een belangrijk gedeelte uit een generatie die later door Koot en Bie de ‘oudere jongeren’ genoemd werden, met Koos Koets als voorbeeld. Mannen van toen tegen de dertig, geboren in het begin van de jaren vijftig, als jong volwassenen eind jaren zestig en begin jaren zeventig meegemaakt, en dus nu zo’n beetje al een eind in de zeventig. En nog steeds lid van onze club.
Natuurlijk was het wennen, maar al snel werd ik opgenomen in het team. Ik leerde er niet alleen het seniorenvoetbal, met veel tegenstanders uit Rotterdam en omstreken, maar bovenal de manier waarop mijn medespelers in het leven stonden. Ambitie om het eerste elftal te halen hadden zij niet meer. Op een redelijk niveau wedstrijden spelen en de wil hebben om te winnen, dat was er zeker nog wel. En ook onze club en de accommodatie verder brengen, in de werkploeg van oud (ere-)voorzitter Ad Matena.
Wat me vooral bijgebleven is, is eigenlijk de sfeer, de saamhorigheid en de humor. Kleedkamerhumor, niet te beschrijven, maar iedereen weet wat het is. Soms grof, vaak flauw, meestal leuk. In mijn team hadden we enkele grootheden op dat gebied. En dat zette zich door na de wedstrijd en de trainingen, in een tijd dat de kantine doordeweeks nog open was, met een flipperkast en in een tijd zonder sociale media en zonder elke avond topvoetbal op televisie.
Muziek bleek voor deze oudere jongeren een essentieel onderdeel van hun leven te zijn. Het was de tijd direct na de rock&roll, met bands als Pink Floyd, Led Zeppelin, en uiteraard The Rolling Stones en The Beatles. Met cassettebandjes stond de muziek op in de kantine.
Terug naar de ouderensoos. Er is nog een generatie boven deze zeventigers aanwezig: de tachtigers. Dus in die zin geen oudere jongeren meer, maar meer jongere ouderen. Gelukkig leven de meesten van mijn oud-medespelers nog. Maar helaas niet iedereen. Ga er ook eens heen. En dompel jezelf onder in nostalgie. Heerlijk. En toevallig speelde Creedence Clearwater Revival.
Uw aller Arie-Leendert